Het is zaterdagochtend en ik heb even drie kwartier “over”. Normaliter betekent dit dat ik een rondje winkelcentrum doe waar ik even rondneus in de elektronicawinkels, even een kop koffie drink of langs de slijter loop. Maar het is stralend weer, de zon schijnt uitbundig en het voelt voor de verandering eens winters koud aan. Ik besluit om een rondje park te doen.
In het park is het nodige veranderd in de loop van de tijd. Het park was vroeger een echt park waar je niet in een oogopslag dwars doorheen keek. Nu lukt dat zonder probleem, een groot deel van het park is parkeerplaats geworden en daar komt nog bij dat de gemeente jaren geleden besloten heeft om de Metrolijn door te trekken vanaf Rotterdam. Het park lag een beetje in de weg en men heeft toen bedacht dat de Metro dan maar dwars door het park heen gepleurd moest worden. Op een meter of 8 hoogte en daar worden zo’n traject en zijn omgeving niet bepaald mooier op, het parkeerplaatspanorama is er behoorlijk door verziekt.
Het traject staat op simpele doelmatige betonnen zuilen die ontworpen zijn zonder enig gevoel voor design en de omgeving waarin ze geplaatst zijn. Voor de afwerking van de liggers waarover de Metro rijdt is gekozen voor afzichtelijk blauwe aluminium platen, die bijna doen terugverlangen naar de gezellige en warme tijden van het Warschau-pact in de periode van de koude oorlog. De Metrobaan is in het park net zo op zijn plaats als Geert Wilders in een moskee.
Ik ken het park nog van de tijd dat ik op de middelbare school zat. De MAVO waar ik van begin jaren 80 op zat stond aan de rand van het park, naast de school voor HAVO en VWO. In die tijd was zoals gezegd het park nog een echt park, met slootjes, bruggetjes, een vijver en grasvelden waar we ’s zomers soms voetbalden tijdens het gymuurtje.
Als ik halverwege op de parkeerplaats loop komen de scholen in zicht. De woningen naast de MAVO lijken onveranderd sindsdien. Uit een van de schoorstenen op het rijtje huizen dat slechts door een sloot gescheiden is van de zijkant van de school, zie ik een wolkje waterdamp komen. Ik voel een soort schok als ik me realiseer dat ik 25 jaar geleden naar dit zelfde damppluimpje keek om kwart over acht ’s ochtends tijdens de Aardrijkskundeles. Alhoewel het toen nog donker was is de herinnering nu glashelder. “Jezus!”, denk ik terwijl ik de school nu wat dichter genaderd ben. Ik kan mij zelfs nog herinneren dat ik kijkend naar die schoorsteen ijskoude handen had, omdat ik 5 minuten eerder voor de schooldeur met wat vrienden nog een sigaret had staan roken in de vrieskou. Roken was een van de vaardigheden die ik daar op die school had verworven.
Op het schoolplein staat nog hetzelfde stenen beeld als 25 jaar geleden. Ik vond er toen geen fuck aan en ik kan er nog steeds het mooie niet aan ontdekken, wat ik overigens meestal heb met kunst. De aula die uitkijkt op het plein is nu deels in gebruik als leslokaal, maar verder is alles in grote lijnen nog hetzelfde. De school is natuurlijk dicht op zaterdag, dus er valt niet zo heel veel te zien. Toch zie ik in gedachten ineens weer heel veel gebeuren als ik door de voordeur naar binnen gluur.
In de gang hoor ik weer de intercom waarmee voor de pauzes namen werden omgeroepen van leerlingen die zich “even moesten melden”. Ik kan mij nog de stem voor de geest halen van de adjunct directeur die het opnoemen van de namenlijst tot een ware kunst verheven had. Als je naam genoemd werd dan zat je meestal goed in de shit, mijn naam klonk minimaal wekelijks door het intercom systeem; ik zat vrijwel 4 jaar lang in de shit vanwege mijn chronische probleem ten aanzien van gezag.
Aan de rechterkant naast de ingang was vroeger de stencilkamer van de concierge gesitueerd. Het rook hier altijd naar ozon en de geur van vers stencilwerk. Tegenover de stencilkamer waren de lerarenkamer en de kamers van directeur en adjunct directeur gevestigd. Beide kantoren waren voor mij bekend terrein, ik had er menig pittige monoloog moeten aanhoren als ik weer eens een beetje uit de bocht gevlogen was in mijn jeugdige enthousiasme. Aan het rechtereinde van de gang bevond zich de aula met aan het begin een soort keukentje van waaruit koeken, thee en koffie werden verkocht door een concierge die in mijn beleving toen al 70 jaar oud was. De beste man had een achternaam die schreeuwde om ranzige verbasteringen ervan.
Aan het linkereinde van de gang waren de garderobe en de ingang van het gymlokaal met de aparte kleedkamers voor jongens en meisjes. Hier werd gesport al werd er ook behoorlijk wat afgekloot, afhankelijk van welke leraar er les gaf. De hoofdgang had een paar zijgangen waarlangs zich de lokalen van de begane grond bevonden. Handenarbeid, natuurkunde, scheikunde, engels, nederlands, wiskunde, biogie, frans en duits werden op de begane grond onderwezen. Boven waren de lokalen voor handelskennis, wiskunde, geschiedenis, engels, aardrijkskunde en een soort wissellokaal waar alles gegeven kon worden.
De MAVO tijd was grandioos. Ik heb in die 4 jaar zelfs nog wel wat opgestoken, maar toch vooral een waanzinnig gezellige en uitbundige periode meegemaakt. Ik heb de grenzen van de school en mijzelf uitvoerig verkend en heb als tol hiervoor honderden malen het schoolreglement overgeschreven. Dat was een standaardconsequentie voor uit een les gestuurd worden. Minder standaard was het briefje dat je soms mee naar huis kreeg ter ondertekening van beide ouders/verzorgers. Drie van die briefjes in 1 maand tijd betekende een schorsing van 3 dagen. Drie van die briefjes op 1 dag trouwens ook, merkte ik na een tijdje. Je kreeg dan geen bonus-schorsingsdagen omdat je ze zo snel gespaard had of omdat je zo gedreven was.
Op de MAVO moest ik het vooral hebben van het gemak waarmee ik vriendschappen aanlegde. Ik blonk zeker niet uit in sport. Als ik al een keer ergens de hoogste score van de klas mee haalde dan was dit hooguit dat ik na een rondje rennen of een coopertest de allerhoogste hartslag van de klas had. Maar goed: ik rookte wel! Ik kon erg makkelijk heel veel leren in korte tijd. Het ging te makkelijk eigenlijk, waardoor ik zeeën van tijd had om allerlei bizarre stunts te bedenken. Deze stunts zorgden altijd voor veel afleiding waardoor de tijd omvloog.
Absolute hoogtepunten waren de klasse-avonden, het zeilkamp in de derde klas en het eindexamenfeest. Het eindexamenfeest begon ’s avonds om 8 uur en eindigde de volgende ochtend om een uur of 10. Tijdens het eindexamenfeest werd de onderlinge band nog een keer stevig aangehaald, waarna hij de volgende dag voor de meesten definitief verbroken werd. Na de hele nacht te hebben gefeest, gelachen, gegeten en gedronken en elkaar de meest fantastische beloften te hebben gedaan namen we ’s morgens afscheid en gingen we in de maanden daarna allemaal een andere richting in. Naar MEAO, MTS, MDS, noem maar op. In elk geval weg van de MAVO en weg van het park.
Achter mij raast de Metro langs op de met afstand lelijkste Metrobaan van Europa en ik beëindig mijn kijkdoossessie via de voordeur van MAVO. Ik loop nog een keer om het gebouw heen langs de lege lokalen. 22 jaar geleden liep ik hetzelfde rondje, na het eindexamenfeest. Ik was toen compleet tevreden maar doodmoe na een nachtje doorhalen en ik zat vol idealen en zag weinig beperkingen voor mijzelf om ze te realiseren.
Wat was het een fantastisch tijd, die jaren 80! Je leek aan veel minder meer dan genoeg te hebben en het leven leek een stuk eenvoudiger… of was dat slechts schijn?
Voor mijn andere blog: meld je aan op
http://edwinstans.hyves.nl/
Edwin Stans,
Februari 2008